Jaardiner 2010

Waarde disgenoten!

“Het oude ging, het nieuwe kwam,
Maar wat het oude met zich nam,
Toch niet de lust van vele zonen
Der Sphinx, om zich hier te vertoonen,
Zoo vaak de trouwe convocatie
Ons nooden, zonder stagnatie”

(berijmde Kroniek op de jaarwisseling 1909/1910)

Zo rijmde in 1910 de secretaris van de Sphinx Laurens De Fouw (1908-1911). Ook na zijn aftreden verzorgde hij nog minstens dertien jaar de berijmde kroniek bij elke jaarwisseling! Laurens de Fouw was hoofdinspecteur van belastingen, hij leefde van 1854 tot 1941. We kunnen ons nu toch niet voorstellen dat de huidige  secretaris, Joop Koordes, ruim vijftien jaar achtereen bij elke jaarwisseling u met deze rijmen zou verrassen. Er is het nodige veranderd bij de Sphinx.

Ik noem u een paar punten:

De samenstelling van het ledenbestand

David James Mackay en de andere leden van de Sphinx in de eerste ongeveer zeventig jaar hoorden in hun tijd onbetwist bij de upper class en zelfs bij de upper upper class (u kent de sociale stratificatie van de beroemde Duitse socioloog Max Weber), terwijl in deze democratischer tijden de leden meer bestaan uit de upper middle class en de middle middle class namelijk welopgeleide lieden met een redelijk tot comfortabel inkomen. Tot de eerste groep behoorden zeker tot aan WO II politici en ministers, zoals Tak van Poortvliet, Lely, Bergansius, Schaepman, hoge militairen (de generaal Snijders), leden van de hofhouding, hoge ambtenaren in Nederland en Nederlands Indië, maar ook kunstenaars als Bosboom, Mesdag, schrijvers als Carel Vosmaer. Rectoren van gymnasia (voorzitter Dr. L.R. Beijen van het Gymnasium Haganum) en heel veel adel. Ten overvloede zij gezegd, dat een hoger sociale klasse niet synoniem is aan een beter mensensoort! De archieven geven daar treurige voorbeelden van te zien. Hetzelfde geldt in de zelfde mate voor  Sociëteit de Witte en de Geschiedkundige Vereniging Die Haghe, beiden zeer oude organisaties met een gelijke ontwikkeling; maar dit terzijde.

De aard van de bijeenkomsten

De eerste bijna twintig jaar waren de bijeenkomsten van de Sphinx, ook wel “vergaderingen” genoemd, vrije debatavonden. Men kwam onvoorbereid bij elkaar: iemand wierp een stelling op, waarover men van gedachten wisselden. Vanaf 1884 werden naast een vrije debatavond de eerste lezingen gehouden, in 1908 verdwenen de vrije debatavonden geheel. De sprekers die de lezingen verzorgden waren altijd de leden zelf. Pas in de laatste 20 a 30 jaar komen steeds meer professionele sprekers van buiten. Het huidige bestuur streeft er naar in elk seizoen minstens een spreker “uit eigen stal” te laten optreden. Ook denken bestuur en programmacommissie na over andere meer levendiger vormen van samenzijn.

De deelname van dames

De Sphinx was een gezelschap van heren. Al in 1907 merkt een lid, de heer Hoyer, op dat de statuten zich helemaal niet tegen het vrouwenlidmaatschap verzetten en hij stelt voor dames toe te laten. In die tijd een haast revolutionair standpunt. De heer Hoyer vindt dan ook geen enkel gehoor. In 1953 wordt een enquête over de “vrouwenkwestie” gehouden, die negatief voor de dames uitpakte. Pas in 2003 wanneer er een nieuw bestuur aantreedt wordt heel voorzichtig bij de leden gepolst hoe men over het dameslidmaatschap denkt, beducht als men is voor felle tegenstand. Na een enquête blijken slechts twee leden (w.o. een oud voorzitter) zich tegen toetreden van dames te verzetten. Van een van beide tegenstemmers werd de echtgenote spontaan lid. Op de ALV van januari 2004 werd de Sphinx een gemengde vereniging. 

De locatie

In de eerste 60 jaar kwam men in diverse lokaliteiten bijeen. Ik noem de hotel “Groot Keizershof “ (het huidige Corona), etablissementen in de Wagenstraat, Buitenhof, Toernooiveld, Spuistraat, Kazernestraat, Passage, Lange Voorhout (Pulchri), Groenmarkt en Prins Hendrikplein. Na 1923 wordt men honkvaster: Boschlust, Hotel Ambassador, Pulchri en het KIVI worden dan vergaderplaats. Pas vanaf 1975 komt de Sphinx permanent samen in Sociëteit de Witte.

Hoogte- en dieptepunten

Het ledental van de Sphinx heeft altijd sterk gevarieerd.

In 1866 waren er 84 heren lid
1869: 280
1924: 219
1925: 290
1941: 280
1966: 169
2003: 53
2009: 100 (dames en heren)
2010: 90

Ik eindig met weer een citaat uit de Rijmkroniek

“En vraagt gij nu wat is gebleven,
Bij al wat wisseld’en verging,
Dan wijs ik op het loff’lijk streven,
Dat altijd heerscht nog in deez’kring;
De lust om aan zijn medeleden,
Te off’ren van zijn kennis, tijd,
Waardoor de Sphinx nog staat op heden,
In’t teeken der welwillendheid”

(Berijmde kroniek over 1914)